KEVELAER

In Kevelaer vereren we Maria, de Moeder van God, als “Troosteres der bedroefden”. Telkens weer mogen we als pelgrims in Kevelaer geraakt worden door Maria. Het kleine bedevaartprentje in de kapel maakt ons ervan bewust dat we alles bij Maria mogen neerleggen, bij haar vinden we houvast en sterkte, bij haar wordt onze ziel getroost.

Maria hier is hier niet verschenen, maar toch staat sinds 1642 er een kapel, waarin prentje van Maria de Troosteres der Bedroefden centraal staat, als focuspunt voor de verering van Maria. In dat jaar 1642 werd aan de vrouw van de marskramer Hendrick Busman (1607-1649) een prentje te koop aangeboden.
In een droom kreeg Hendrick Busman de opdracht om een kapelletje te bouwen voor Maria (op het kruispunt van de weg Geldern/Kleef in de Kevelaerer Heide bij het hagelkruis) en hier het prentje voor het publiek toegankelijk te maken. Op 1 juni 1642 begon hij met het bouwen van deze genadekapel. Algauw kwamen er pelgrims en werden er genezingen gemeld. In 1647 , tijdens een synode in Venlo, erkende de Kerk acht van deze genezingen als wonderbaarlijk en gaf zo Kevelaer bedevaartstatus.